Geef fysio ruimte voor innovatie

 

Bas Eenhoorn

 

Twee jaar geleden werd een experiment gestart om de tarieven in de fysiotherapie over te laten aan de (gereguleerde) markt. Onlangs heeft de ministerraad besloten er nog een jaartje aan vast te knopen.

Er was sprake van jarenlang kunstmatig laaggehouden tarieven, wat een inhaalslag nodig maakte. Mijn verwachting was dat de eerste onderhandelingsfase een tariefsverhoging van 20 procent moest opleveren. Stap voor stap zouden we tarieven bereiken die recht doen aan de wens om de noodzakelijke innovaties mogelijk te maken.

Die toen uitgesproken verwachting leverde me een kritisch informatieve waarschuwing van de NMa op, omdat het leek op beïnvloeding van de onderhandelingen en verstoring van marktverhoudingen. Nu leeft de erkenning dat de doelstellingen alleen gehaald worden bij tarieven op een redelijk niveau.

De evaluatie van het experiment door de Nederlandse Zorg Autoriteit (i.o.) leert dat de doelstellingen nog niet zijn bereikt. De broodnodige innovaties kunnen alleen tot stand komen als de kost voor de baat uitgaat. Innovaties kunnen niet tot stand komen als de tarieven de ontwikkelingskosten daarvan niet dekken. De interessante vraag is wanneer er in de zorg sprake is van marktconforme prijzen en tarieven? Zeker is dat tarieven het gevolg van onderhandelingen moeten zijn. Tarieven blijven dus in beweging.

Minister Hans Hoogervorst van Volksgezondheid heeft voor de verlenging van het experiment aangevoerd, dat de markt werkt en het experiment geslaagd is als er nu tijd is voor stabilisatie van de tarieven. Nog afgezien van de vraag wat de NMa vindt van een dergelijke uitspraak van de bewindspersoon, die de markt in de zorg kan maken en breken, vind ik de prijsontwikkeling niet het meest interessant. Natuurlijk heeft de minister (terecht) zorgen over de kosten van de gezondheidszorg, maar voorop moet staan dat de noodzakelijke vernieuwingen doorgaan. Bewezen is dat de kwaliteit van het leven met een slimme inzet van de fysiotherapeut, de specialist in beweging, met sprongen vooruit gaat. Een stabilisatie van prijzen nu zet een rem op de slimme en doelmatige inzet die onontbeerlijk is.

 

Bas Eenhoorn is voorzitter van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie.

 

Op-vallende burgemeesters

 

Om te kunnen overleven in een politiekbestuurlijke baan is het erg nuttig jezelf in de spiegel te zien en vermogen tot aanpassen te hebben.  Dat is één rode draad in het verslag van recent onderzoek, dat in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verricht,  naar  “de vallende burgemeester”. De hoogleraren Korsten en Aardema hebben een zeer lezenswaardig rapport over dit hoogst actuele onderwerp opgesteld. Het is hun verwachting dat in de komende tijd de kans op meer ongelukken in loopbanen van burgemeesters groot is. Dat heeft alles te maken met de in dit tijdsgewricht verschuivende normen en waarden. Voor een leider in een politiek bestuurlijke omgeving is het goed naar jezelf te kijken, je voortdurend aan te passen aan de nieuwe context en vooral de rol van verbinder te kiezen. Dat er nu meer burgemeesters vallen dan tien jaar geleden en dat dit fenomeen zal doorzetten heeft ook te maken met de enorme verschuiving in de burgemeesterpopulatie.

 

De vallers.

De onderzoekers constateren dat het merendeel van de gevallen burgemeesters eerder in hun loopbaan gekozen politici waren die ruim de vijfig waren gepasseerd. Vaak blijken het oud-wethouders te zijn en goede wethouders zijn niet per definitie goede burgemeesters. In de vorige generatie burgemeesters was veelal sprake van carrière-burgemeesters : jong begonnen vanuit een ambtelijke positie en vast van plan naar een grotere gemeente te groeien. Het leren van je ervaringen, adaptief vermogen ontwikkelen, gaan dan stukken eenvoudiger dan na een politieke loopbaan.  

Een interessante vraag is hoe een gevallen burgemeester weer opstaat.  Korsten en Aardema constateren veel “fpu–gevallen“, en daarnaast herkansingen bijvoorbeeld als waarnemer. Dat klinkt niet echt vernieuwend. Ook lijkt het erop alsof er geen leuk werkzaam leven meer zou zijn na het burgemeesterschap. De klacht dat bijvoorbeeld de eigen partij niet heeft geholpen bij het vinden van een nieuwe baan is ook zo’n bewijs van de machteloosheid van de gevallen burgemeester. Dat kan en moet ook anders!

 

En dan verder.

Uit eigen ervaring kan ik zeggen dat het goed mogelijk is het oude verenkleed af te schudden en een nieuwe “hanenkam” op te zetten. Toegegeven ik verliet het burgemeestersambt uit eigen vrije wil, maar in beginsel maakt het verder niet uit. Een  - al dan niet – begeleide sprong in het diepe van een totaal nieuwe baan, maar gebaseerd op kennis, ervaring en competenties, is zoveel bevredigender dan in het oude metier te blijven hangen. Vaak gaat het om het zoeken naar win-win-situaties. De oude werkgever (de gemeente) en de burgemeester kunnen die vinden in een driehoeksverhouding. In dat verband is de P & O services groep, die dit op basis van overeenstemming met BZK kan aanbieden met behoud van pensioenopbouw, een interessante optie. Er wordt dan gezocht naar een nieuwe baan geënt op de kwaliteiten van de oud-burgemeester. Ook wordt voor begeleiding gezorgd. Dat gebeurt in beginsel vanuit een vaste aanstelling bij de groep, wat helpt nieuw zelfvertrouwen op te bouwen. Zo zijn  er meer mogelijkheden om tot de erkenning te komen dat het burgemeestersambt niet alleenzaligmakend is. De burgemeester wordt geholpen zijn of haar “hofhouding “- attitude te laten varen en te bouwen op een eigen, zelfstandige koers. Geen afhankelijkheid van de WW, BZK of politieke partij, maar op eigen benen. De onderzoekers zeggen terecht : de perfecte, overal inzetbare burgemeester bestaat niet. En als de “klik“ tussen gemeente en burgemeester er niet meer is dan zou elke burgemeester zijn of haar verantwoordelijkheid moeten nemen.

 

Perspectief.

Er is zoveel te doen buiten het burgemeestersambt en er zijn gelukkig talloze voorbeelden van succesvolle (ook tijdige) overstappen naar andere publieke of private functies. Voor de burgemeesterspopulatie van nu bestaan wel degelijk perspectieven. En dat is maar goed ook als we de  vooruitzichten uit het rapport over de vallende burgemeester serieus nemen. Omdat het vallen van burgemeesters niet is te voorkomen, is aandacht voor een nieuw loopbaanperspectief voor iedereen lonend.

 

Bas Eenhoorn, adviseur in het openbaar bestuur en oud-burgemeester 

( www.baseenhoorn.nl )

 

Staatscourant/Perspectief

Home